Ontwikkelingen geld- en kapitaalmarkt
Andere tijden
Waar decennia lang sprake was van alsmaar dalende rentes, met in 2014 voor het eerst zelfs een negatief renteniveau, zien we nu hele andere ontwikkelingen. Dat negatieve renteniveau werd tijdens de coronacrisis nog verder versterkt door ongekende steunprogramma's van overheden en centrale banken wereldwijd. Midden 2022 kwamen de centrale banken tot de conclusie dat de inflatie enorm was aangewakkerd met de steunmaatregelen tijdens de coronacrisis. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft toen in korte tijd de rente voor kortlopende leningen fors op getrokken naar 4%. De rente voor langlopende leningen ging toen ook wel omhoog, maar niet in die mate als de korte rente, met de verwachting dat de inflatie beteugeld kon worden en de hoge kortlopende rente van tijdelijk aard zou zijn. De inflatie kwam enigszins "in control" en de rente werd weer verlaagd tot 2,0%. Met de huidige geopolitieke spanningen in de wereld en in het bijzonder in het Midden-Oosten is de inflatie opnieuw gestegen. Dit leek van tijdelijk aard, maar investeerders en ook centrale banken ( een renteverhoging in juni en recent op 10 september 2026) denken dat deze gestegen inflatie zich niet snel laat terugdringen en vragen dan ook structureel hogere rentevergoedingen voor de uit te lenen gelden. Dit wordt verder versterkt door een hogere kapitaalvraag wereldwijd en het niet meer aanwezig zijn van centrale banken met steunmaatregelen in de markten. De afgelopen jaren hebben wij geen nieuwe leningen hoeven af te sluiten, echter vanaf 2026 moeten wij weer lenen in de markt. Met de voorliggende investeringsopgave zal dit leiden tot een aanzienlijke toename van de externe rentelasten in de begroting de komende jaren. Zie daarvoor ook het onderdeel gemeentefinanciering (1.3.3.4) verderop in deze paragraaf.
Ingrepen van de ECB op de korte rente houden sterk verband met de inflatieverwachting. De verwachting voor de korte termijn is dat de ECB later in het jaar een volgende renteverhoging van 0,25% doorvoert. De prognose voor de inflatie in 2027 schommelt rond de 3%.
Kijken wij naar de rente voor lange leningen, dan zien wij een aanzienlijke stijging van de tarieven. Niet alleen de basisrente (de renteswap) is gestegen, maar ook de liquiditeitsopslag, de opslag voor het beschikbaar stellen van geld, is toegenomen, met name voor leningen van 15 jaar en langer. Een lening van twee jaar kost rond de 3,4% en voor een 10-jarige lening moet rond de 3,8% worden betaald, wat behoorlijk meer is dan een jaar geleden.
In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt er rekening mee gehouden dat de feitelijke rente anders kan verlopen. In de alinea (3.2.1.) over renterisicobeheer blijkt weliswaar dat de kosten van een eventuele rente stijging gedempt worden door een grotere spreiding van de leningenportefeuille dan de minimale spreiding die de wettelijk kaders voorschrijven.
In de doorrekening van de begroting gaan wij uit van gemiddeld 2,75% voor leningen met een korte looptijd in 2027. Bij de rente voor nieuw aan te trekken lang lopende leningen gaan wij uit van gemiddeld 3,5% in 2027.
Met betrekking tot de Wet Schatkistbankieren streven wij er naar in 2027 in principe geen geld onder te brengen in de Schatkist, echter de positie in rekening-courant saldi kan fluctueren en positief worden. Indien een positief saldo op de rekening-courant langer aanhoudt, kan het mogelijk interessant zijn om zelfs tijdelijk geld bij medeoverheden uit te zetten. In de Wet Schatkistbankieren is deze optie opgenomen.
Om de nationale schuld en het Nederlandse begrotingstekort te beheersen, zijn er afspraken gemaakt tussen het Rijk en de gemeenten. Deze afspraken zijn in een wet vastgelegd, de zogenaamde Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën). In de septembercirculaire worden de nieuwe referentiewaarden opgenomen. Als tekorten overheidsbreed oplopen dan kan het kabinet aanvullende beperkingen opleggen aan decentrale overheden.
De administratieve organisatie van de treasuryfunctie is georganiseerd conform het door ons in 2026 vastgestelde Treasurystatuut.
