Onroerendezaakbelasting (OZB)
De gemeente Apeldoorn heft belastingen op onroerende zaken. Onroerende zaakbelastingen (OZB) zijn de grootste eigen inkomstenbron van gemeenten. De opbrengst valt in de algemene middelen en wordt gebruikt om een deel van de taken van gemeenten te bekostigen en draagt bij aan het voorzieningenniveau van onze gemeente. De gemeenteraad bepaalt bij de begrotingsbehandeling waarvoor de opbrengsten worden ingezet.
De OZB aanslag wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak, de heffingsmaatstaf. De nieuwe vastgestelde WOZ-waarden met als waardepeildatum 1 januari 2026 zijn bepalend voor het belastingjaar 2027. In 2027 worden voor alle onroerende zaken binnen de gemeentegrenzen nieuwe WOZ-beschikkingen afgegeven die het hele jaar 2027 geldig zijn. De waarde van een woning in Apeldoorn is ten opzichte van peildatum 1 januari 2025 (aanslag 2026) gemiddeld met 7% gestegen. De gemiddelde waarde van een niet-woning is ten opzichte van de peildatum 2023 gestegen met 2,5%.
Bovenstaande wijzigingen leiden tot de volgende OZB- tarieven voor 2027:
Percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde) voor berekening | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
Gebruikersbelasting: niet-woningen | 0,3911% | 0,3905% |
Eigenarenbelasting: woningen | 0,0937% | 0,0897% |
Eigenarenbelasting: niet-woningen | 0,4964% | 0,4959% |
Bij de berekening van de tarieven OZB is het uitgangspunt dat gemiddelde waardestijgingen (of waardedalingen) van woningen en niet-woningen geen invloed hebben op het bedrag dat betaald moet worden. Als de gemiddelde woningwaarde bijvoorbeeld met een procent stijgt, dan daalt het tarief ook met een procent, waardoor de aanslag gelijk blijft. De grote waardestijging van woningen in de afgelopen jaren hebben hierdoor geen invloed op de bedragen die de eigenaren aan OZB moeten betalen. Wel wordt rekening gehouden met een indexering van de OZB-aanslag. Voor 2027 indexeren we met het inflatiepercentage van 2,4%. Door de toename van de waarde van woningen daalt het tarief maar wordt iets gecorrigeerd door het inflatiepercentage. De waarde van de niet-woningen is licht gestegen, hierdoor dalen de tarieven, echter door de tarieven te indexeren met de inflatie is er sprake van een lichte stijging. De gemiddelde ozb-aanslag stijgt met 2,4%.
Rioolheffing
Naast de zorg voor inzameling en transport van afvalwater hebben gemeenten ook een regenwater zorgplicht en een rol als regisseur bij de aanpak van grondwaterproblemen. De gemeente is dus niet alleen verantwoordelijk voor het onderdeel afvalwater, maar voor bijna de gehele gemeentelijke waterhuishouding. De kosten die hiervoor worden gemaakt, worden met de rioolheffing verhaald op gebruikers van woningen en niet-woningen. De aanslagen rioolheffing worden berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. De werkzaamheden, zoals opgenomen in het gemeentelijk Water- en Rioleringsplan 2022-2026 (WRP) zijn de basis voor de raming van de tarieven 2027.
In 2027 wordt een groter beroep gedaan op de middelen binnen de egalisatievoorziening. Hieraan liggen verschillende oorzaken ten grondslag. Diverse projecten die reeds in de planning waren opgenomen, maar in voorgaande jaren herhaaldelijk zijn doorgeschoven, worden alsnog uitgevoerd middels een inhaalslag. Daarnaast doen zich ontwikkelingen voor waarmee binnen het WRP geen rekening is gehouden. Zo is sprake van een aantal onvoorziene en urgente uitgaven en kan de mogelijke aanleg van een warmtenet in Kerschoten leiden tot vervroegde vervanging door mee te liften met deze werkzaamheden. Hiermee worden investeringen naar voren gehaald. Tot slot leidt de verhoging van de doorbelasting van de veegkosten in de rioolheffing van 50% naar 60% (bezuinigingsopgave) tot structureel hogere exploitatielasten vanaf 2026.
De combinatie van de inhaalslag op doorgeschoven werkzaamheden, de onvoorziene ontwikkelingen en veegkosten leidt ertoe dat de spaar- en egalisatievoorziening in 2027 grotendeels wordt aangesproken. Daarnaast zien wij ons genoodzaakt om in 2027 een deel van de investeringen (ter waarde van € 2,85 miljoen) te activeren en af te schrijven, waardoor de hiermee samenhangende kosten over meerdere jaren worden verdeeld en ten laste van de exploitatie komen.
Kostendekkendheid rioolheffing 2027 in € | |
|---|---|
Kosten taakveld incl. (omslag)rente | 13.697.967 |
Inkomsten taakveld, excl. heffingen | 19.107 |
Netto kosten taakveld | 13.678.860 |
Toe te rekenen kosten: |
|
Overhead incl. (omslag)rente | 936.722 |
BTW | 2.753.444 |
Totale kosten | 17.369.025 |
Opbrengst heffingen | 14.969.305 |
Dekking | 86% |
Beleidsuitgangspunten
De straatveegkosten worden voor 60% doorberekend in het tarief. Alle andere kosten, inclusief kwijtschelding, worden volledig doorberekend in het tarief. Op basis van deze uitgangspunten bedraagt in 2027 de kostendekkendheid van de rioolheffing afgerond 86%. De overige 14% komt ten laste van de spaar- en egalisatievoorziening of wordt geactiveerd.
Voor de rioolheffing hanteren we één tarief, waarbij onder meer rekening is gehouden met een areaalaccres. Voor 2027 is gerekend met een opbrengststijging van 4%. Dit is hoger dan in het WRP was opgenomen (2%). Hoewel sprake is van een hogere opbrengststijging, zijn deze extra inkomsten onvoldoende om de verwachte kostenontwikkeling in 2027 volledig op te vangen. Net als bij de OZB is de rioolheffing opgebouwd uit de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen en een tarief. Dit zijn communicerende vaten (waarde x tarief = rioolheffing). Bij een gelijkblijvende opbrengst daalt het tarief vanwege de toegenomen waarde.
Percentage van de heffingsmaatstaf (WOZ-waarde) voor berekening rioolheffing | 2026 | 2027 |
|---|---|---|
gebruikers (woningen en niet woningen) | 0,0399 | 0,0385 |
Afvalstoffenheffing
De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders zijn wettelijk verantwoordelijk voor de inzameling van het afval van huishoudens. Met de afvalstoffenheffing kunnen gemeenten de inzameling van het huishoudelijk afval betalen. De opbrengst van de heffing mag niet voor andere doeleinden worden gebruikt. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven zoals die opgenomen zijn in de verordening, te weten een vast tarief per perceel, verhoogd met enkele of meerdere gedifferentieerde tarieven. Het systeem van omgekeerd inzamelen dat in 2020 en 2021 is ingevoerd, in 2026 geëvalueerd, is stabiel en voldoet aan onze verwachtingen. De inwoners van Apeldoorn scheiden hun afval goed. De kosten voor afvalverwerking blijven hierdoor relatief laag. Daarnaast doen zich fluctuaties voor met name op het verwerkingsdeel. Dat deel is sterk afhankelijk van marktschommelingen. Ontwikkelingen waar we als gemeente geen invloed op hebben. We houden zo veel mogelijk rekening met deze ontwikkelingen die niet altijd makkelijk te voorspellen zijn. We zijn echter goed in staat om mogelijke schommelingen en tegenvallers in de kosten en opbrengsten op te vangen met de huidige voorziening afvalstoffenheffing.
Voor 2027 hebben we de volgende begroting opgesteld:
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2027 in € | |
|---|---|
Kosten taakveld incl. (omslag)rente | 25.868.822 |
Inkomsten taakveld, excl. heffingen | 2.647.637 |
Netto kosten taakveld | 23.221.185 |
Toe te rekenen kosten: |
|
Overhead incl. (omslag)rente | 191.646 |
BTW | 4.422.846 |
Totale kosten | 27.835.678 |
Opbrengst heffingen | 26.738.114 |
Dekking | 96% |
De afvalstoffenheffing bestaat uit een vast en een variabel deel. Elk huishouden is het vast deel verschuldigd dat bestaat uit één tarief per jaar, ongeacht de omvang van dat huishouden.
Voor 2027 bedraagt dat tarief afgerond € 323 (was € 308 in 2026). Het variabele deel wordt berekend op basis van het aantal liters restafval wat neer komt op € 30 euro per doorsnee huishouden. De gemiddelde afvalstoffenheffing komt daarmee op € 353.
Hoewel we de financiële effecten op het gebied van afval zo goed mogelijk trachten te ramen, blijven de ontwikkelingen rondom het PMD dossier een potentieel risico. Om het goede scheidingsgedrag te blijven stimuleren houden we het variabele tarief per inworp van de afvalstoffenheffing gelijk aan 2026.
Beleidsuitgangspunten:
Het afvalbeleid is gebaseerd op het recycleplan “Recycleservice 2025” dat juni 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. De raming is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
- Voorlopig geen wijzigingen in het beleid van “Recycleservice 2025”. In 2026 heeft een beleidsoptimalisatie plaatsgevonden, naar VANG Huishoudelijk afval 2030.
- Een 100% kostendekkend tarief (gedekt door de bijna 74.000 huishoudens). Geen beroep op de algemene middelen. Voor 2027 begroten we een verantwoorde onttrekking van circa € 1,1 miljoen uit de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing.
- Behoud van de financiële diftarprikkel t.b.v. maximaal scheidingsgedrag. De tarieven voor het variabel deel van de heffing blijven gelijk aan 2026;
- Geen wijzigingen in het kwijtscheldingsbeleid, wel prikkel op scheidingsgedrag. De kosten van kwijtschelding worden gedekt uit het tarief van de afvalstoffenheffing;
- Een buffer/egalisatievoorziening ter beschikking hebben gezien het groot aantal in omvang wisselende variabelen.
Ontwikkeling woonlasten
De gemeentelijke woonlasten betreffen voor huishoudens met een eigen woning, de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. In onderstaande tabel wordt een totaalbeeld gegeven van de ontwikkeling van de woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een woningwaarde van afgerond € 466.899. Een stijging van deze woningwaarde ten opzichte van de MPB 2026-2029 met 7%. Feitelijk stijgen de woonlasten met 2,8%.
Woonlasten meerpersoonshuishouden | 2026 | 2027 | Stijging in % |
|---|---|---|---|
Gemiddelde woningwaarde | € 436.354 | € 466.899 | 7% |
Ozb | € 408,86 | € 418,81 | 2,4% |
Rioolheffing | € 174,11 | € 179,76 | 3,2% |
Afvalstoffenheffing | € 343,00 | € 353,00 | 2,9% |
Totaal | € 925,97 | 951,57 | 2,8% |
Onze woonlasten zijn in 2026 volgens Coelo lokale lastenmeter afgerond €927 voor een meerpersoonshuishouden. Het betreffen hier afrondingsverschillen.
Volgen de Coelo benchmark (voor kengetal belastingcapaciteit) zijn onze woonlasten €1.039 voor een meerpersoonshuishouden. De gemiddelde woonlasten in 2026 waren in Nederland €1.095. Coelo wijkt af van onze berekeningen omdat zij werkt met gewogen gemiddelden. Zo gaat Coelo voor de gemiddelde WOZ-waarde uit van de gemiddelde waarde van het voorgaande jaar (bron CBS), verhoogd met het waardestijgingspercentage (bron: Waarderingskamer).
Voor de afvaltarieven gaat Coelo uit van het gemiddeld aanbod van restafval en gft afval per inwoner per gemeente dat het CBS publiceert met daarbij een correctie voor het aanbod bij hogere tarieven (minder afvalaanbod). Wij gaan echter uit van de meest recente gegevens betreffende het afvalaanbod en waardeontwikkeling in onze berekeningen.
Overige belastingen, heffingen en rechten
Parkeerbelastingen
De parkeerbelasting heeft een regulerend karakter. Het parkeergedrag van bewoners en/of bezoekers van de gemeente Apeldoorn wordt door de parkeerbelasting gereguleerd. In de gemeente Apeldoorn worden de inkomsten uit de parkeerbelastingen ook gebruikt om de kosten voor parkeervoorzieningen te compenseren. We maken onderscheid tussen parkeren voor bewoners, bezoekers, woon- werk parkeren op de daarvoor aangewezen plaatsen en vergunningen. Het streven is zo min mogelijk auto’s langs de openbare weg te laten parkeren en het gebruik van alternatieven voor de auto voor woon- werkverkeer te stimuleren.
Voor de bepaling van de parkeertarieven wordt een gedifferentieerd systeem toegepast. Op 21 maart 2019 is de nieuwe Parkeervisie vastgesteld met daarin het nieuwe beleid voor parkeren en de tarieven. Een van de wijzigingen betrof het tweejaarlijks aanpassen van de tarieven in plaats van jaarlijks. Dit wijkt af van alle andere belastingen en leges die wel jaarlijks worden geïndexeerd. Het doel was kosten te besparen voor het aanpassen van informatieborden zoals in parkeergarages. En om een vast tarief over twee jaar te bieden. Deze argumenten zijn achterhaald. De besparing op informatieborden is minimaal. Door met poster en stickers te werken kan ook bespaard worden. Daarnaast bestaat geen vraag naar een vast tarief over twee jaar. Tweejaarlijks indexeren zorgt ook voor een grotere stijging van de tarieven vergeleken met jaarlijks indexeren. Daarom worden de parkeertarieven weer jaarlijks geïndexeerd.
Conform MPB 2026-2029 verhogen we per 1 januari 2027 de parkeerbelasting (parkeren op straat/maaiveld) via tariefdifferentiatie. We houden rekening met de eerdere besluitvorming over parkeren en de voorstellen van spoor 2 (takendiscussie). Het gaat hierbij om een bedrag van € 160.000. Dit is bovenop een indexatie van 3,5% voor alle parkeertarieven. De onderbouwing van de naheffingsaanslag 2027 is als bijlage opgenomen in de verordening parkeerbelastingen 2027.
Scanauto
Sinds begin 2026 zet de gemeente een scanauto in voor de handhaving van betaald parkeren. Als gevolg hiervan is het aantal opgelegde naheffingsaanslagen toegenomen. In de periode januari tot en met augustus 2026 zijn circa 1.476 naheffingsaanslagen opgelegd, tegenover 1.143 naheffingsaanslagen over geheel 2025. Gelet op deze ontwikkeling is het aannemelijk dat de opbrengsten uit naheffingen in 2026 hoger zullen uitvallen dan oorspronkelijk geraamd.
Op langere termijn wordt verwacht dat de intensievere handhaving tevens bijdraagt aan een hogere betalingsbereidheid onder parkeerders. Hierdoor kan het aantal naheffingsaanslagen weer afnemen, terwijl de reguliere parkeeropbrengsten juist toenemen. De uiteindelijke financiële effecten van de inzet van de scanauto zijn daarom op dit moment nog niet eenduidig vast te stellen.
Daarnaast zijn de opbrengsten uit naheffingsaanslagen afhankelijk van de daadwerkelijke invordering, nadat bezwaar- en beroepsprocedures zijn afgerond. Het is daarom nog te vroeg om conclusies te verbinden aan het structurele financiële effect van de inzet van de scanauto. De definitieve financiële impact zal pas op een later moment kunnen worden bepaald op basis van de gerealiseerde inningsresultaten en de ontwikkeling van de betalingsgraad.
Precariobelasting
Precariobelasting wordt geheven als vergoeding voor het gebruik van gemeente/openbare grond. Hieronder valt niet alleen het plaatsen van containers langs- of op de openbare weg, maar bijvoorbeeld ook lichtbakken aan winkels die boven gemeentegrond hangen. Precariobelasting is een ongebonden belasting, waarbij de gemeente volledige vrijheid heeft in de vaststelling van de hoogte van de tarieven. In de verordening worden verschillende maatstaven en tarieven gehanteerd.
Voorgesteld wordt om de tarieven voor de precariobelasting te verhogen met 2,4%.
Hondenbelasting
Duurzame houders van een hond zijn hondenbelasting verschuldigd. De maatstaf van heffing is het aantal honden dat wordt gehouden. Het tarief bestaat uit een vast bedrag per hond.
De hondenbelasting is een algemene belasting. Bij de behandeling van de Voorjaarsnota 2023 heeft de raad besloten de tarieven kostendekkend vast te stellen. De uitvoeringskosten zijn daarom ten opzichte van 2026 geïndexeerd met 3,5%. Het tarief wordt berekend door de totale kosten te delen door het aantal geregistreerde honden. De tarieven worden vervolgens zodanig afgerond en geïndexeerd dat hieruit geen financieel nadeel voor de gemeente ontstaat.
Wij kennen een oplopend tarief per hond en voor kennels geldt een afzonderlijk tarief. Met ingang van 2027 stellen wij, vanuit het oogpunt van vereenvoudiging en uitlegbaarheid, voor om één uniform tarief per hond te hanteren. Deze wijziging van de heffingssystematiek leidt naar verwachting tot een opbrengstenderving van circa € 40.000. Wij verwachten dit nadeel te kunnen compenseren door gerichte veldcontroles in te zetten.
Momenteel wordt jaarlijks voor gemiddeld 15 blindengeleidehonden en 28 hulphonden (waaronder honden in opleiding) die worden gehouden ten behoeve van personen met een handicap een vrijstelling van hondenbelasting verleend.
Kosten uitvoering hondenbeleid (afgerond) | 2026 MPB 2026-2029 | 2027 MPB 2027-2030 |
|---|---|---|
Bijtincidenten en blaf/overlast incidenten (afhandelen en controleren) | € 91.200 | € 94.343 |
Kosten kwijtschelding | € 52.400 | € 54.300 |
Kosten opruimen hondenpoep | € 270.300 | € 279.761 |
Kosten heffing, inning en controle hondenbelasting Tribuut | € 5.600 | € 5.902 |
Controle bezit hondenbelasting |
| € 10.000 |
Totaal | € 419.500 | € 444.306 |
geschat aantal honden | 10.209 |
|---|---|
geschat aantal kennels | 9 |
Tarief hondenbelasting | 2026 MPB 2026-2029 | 2027 MPB 2027-2030 |
|---|---|---|
Per hond | € 39,62 | € 41,60 |
Per Kennel | € 257,52 | € 270,39 |
Toeristenbelasting
Mensen buiten de gemeente Apeldoorn betalen toeristenbelasting over zakelijke of privé overnachtingen waar een vergoeding voor wordt gevraagd. De belasting wordt per accommodatie geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar.
De toeristenbelasting wordt in de basis in Apeldoorn geheven om de eigen inkomsten te verhogen en daarna gebruikt om voorzieningen binnen de gemeente op peil te brengen en/of te houden.
Voorgesteld wordt om, in overeenstemming met de afspraken uit het verleden, de tarieven voor de toeristenbelasting per 2027 te verhogen met het CBS inflatiecijfer van juni van 2,9%.
Reclamebelasting
De gemeente Apeldoorn heft reclamebelasting over de openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg in het centrum van Apeldoorn. De reclame wordt geheven per vestiging en bedraagt een vast bedrag. Voor zover de waarde van de vestiging meer bedraagt dan € 100.000 dan wordt het vaste bedrag vermeerderd met een bedrag per € 1.000 aan waarde.
De reclamebelasting is een algemene belasting en de inkomsten zijn in principe vrij besteedbaar. In Apeldoorn wordt de opbrengst van de reclamebelasting echter, na aftrek van de gemeentelijke in- en uitvoeringskosten, als subsidie beschikbaar gesteld aan de stichting Centrum Management Apeldoorn. Aan de subsidie is de conditie verbonden dat de stichting met haar activiteiten de aantrekkelijkheid van de binnenstad versterkt.
We verhogen de tarieven van de reclamebelasting met 2,4%.
Forensenbelasting
Per 1 januari 2026 is de forensenbelasting ingevoerd. De forensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die geen hoofdverblijf hebben in de gemeente en binnen de gemeente gedurende het belastingjaar negentig dagen of meer voor zichzelf of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De aanslagen forensenbelasting worden opgelegd aan de eigenaren van gemeubileerde woningen op eigen grond.
Het tarief van de forensenbelasting wordt voor 2027 geïndexeerd met 2,4%. Daarnaast zal, op basis van de ervaringen uit het eerste volledige belastingjaar, worden beoordeeld of het tarief nog voldoende aansluit bij de tarieven van de toeristenbelasting, in het bijzonder voor jaar- en seizoenplaatsen, en bij de beoogde opbrengst van de heffing. Eventuele voorstellen voor een nadere aanpassing van het tarief worden betrokken bij de voorbereiding van de Meerjarenprogrammabegroting 2028-2031.
.
Marktgelden
Marktgeld is een retributie voor het innemen van een standplaats op een (gewoonlijk periodiek gehouden) markt. Dit zijn de dag- of weekmarkten waar voor de consument bijvoorbeeld eetwaren en textielwaren te koop zijn.
De marktgelden zijn op dit moment niet kostendekkend (61%). In deze MPB vragen wij u om incidenteel € 164.000 beschikbaar te stellen, omdat de taakstelling op dit moment in 2027 nog niet haalbaar is. In onderstaande cijfers zijn wij er vanuit gegaan dat u deze claim beschikbaar stelt. In 2027 onderzoeken we op welke wijze we structureel naar kostprijsdekkende leges kunnen groeien. Omdat we vooralsnog niet de tarieven verhogen willen we eerst andere mogelijke oplossingsrichtingen nauwkeurig onderzoeken. Zo is in de uitwerking gebleken dat de vraag naar kostendekkendheid niet los kan worden gezien van de bredere ontwikkeling van de Apeldoornse warenmarkten. Daarom is besloten dit vraagstuk integraal te betrekken bij de opstelling van de nieuwe toekomstvisie warenmarkten. Hiermee zijn we het onderzoek naar de haalbaarheid c.q. uitvoerbaarheid gestart. De reguliere indexatie bedraagt 3,5%.
Kostendekkendheid marktgelden in € | |
|---|---|
Kosten taakveld incl. (omslag)rente | 288.000 |
Inkomsten taakveld, excl. heffingen | 0 |
Netto kosten taakveld | 288.000 |
Toe te rekenen kosten: |
|
Overhead incl. (omslag)rente | 154.000 |
BTW | 16.000 |
Totale kosten | 458.000 |
Opbrengst heffingen | 280.000 |
Bijdrage algemene reserve |
|
Dekking | 61% |
Grafrechten
De lijkbezorgings- of begraafplaatsrechten zijn retributies voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats of het crematorium. Naast een retributie voor de uitgifte en het onderhoud van graven en urnen, regelt de verordening ook de vergoeding voor het gebruik van gemeentelijke diensten in verband met de begraafplaats en het crematorium.
Voorgesteld wordt om de tarieven van de grafrechten per 2027 gemiddeld te verhogen met een prijsindex van 3,5%.
Naar aanleiding van de motie ‘Een zorgvuldige begraafplaatsexploitatie’ wordt er in 2027 € 110.000 uit de algemene reserve gestort in de voorziening begraafrechten. Hiermee zijn de grafrechten kostendekkend.
Natuurbegraven lijkt in de toekomst de meeste kans te bieden voor het genereren van extra inkomsten. Voor de langere termijn denken wij met het aanbieden van natuurbegraven een solide basis te kunnen leggen voor de begraafplaats exploitatie.
Kostendekkendheid begraafplaatsrechten in € | |
|---|---|
Kosten taakveld incl. (omslag)rente | 1.203.000 |
Inkomsten taakveld, excl. heffingen | 193.000 |
Netto kosten taakveld | 1.010.000 |
Toe te rekenen kosten: |
|
Overhead incl. (omslag)rente | 713.000 |
BTW | 58.000 |
Totale kosten | 1.781.000 |
Opbrengst heffingen | 1.673.000 |
Bijdrage algemene reserve | 110.000 |
Dekking | 100% |
Leges en rechten
Wij heffen leges voor het verrichten van diensten die in het individuele belang van de aanvrager zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor de aanvraag van een reisdocument, rijbewijs of vergunning. De leges dekken de kosten van de dienstverlening. De verschillende leges en rechten die worden geheven, worden in principe en met uitzondering van de leges omgevingsvergunning, verhoogd met de gewogen kostenontwikkeling van 3,5%.
Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals leges burgerzaken, is rekening gehouden met wettelijk vastgestelde tarieven en kent daardoor een lage kostendekkendheid.
kostendekkendheid van de leges burgerzaken (inclusief Naturalisatie) in € | |
|---|---|
Kosten taakveld incl. (omslag)rente | 4.010.000 |
Inkomsten taakveld, excl. heffingen |
|
Netto kosten taakveld | 4.010.000 |
Toe te rekenen kosten: |
|
Overhead incl. (omslag)rente | 1.191.000 |
BTW | 31.000 |
Totale kosten | 5.232.000 |
Opbrengst heffingen | 4.974.000 |
Bijdrage algemene reserve |
|
Dekking | 95% |
kostendekkendheid van de leges publiek domein in € | |
|---|---|
Kosten taakveld incl. (omslag)rente | 392.000 |
Inkomsten taakveld, excl. heffingen |
|
Netto kosten taakveld | 392.000 |
Toe te rekenen kosten: |
|
Overhead incl. (omslag)rente | 225.000 |
BTW | 4.000 |
Totale kosten | 621.000 |
Opbrengst heffingen | 260.000 |
Bijdrage algemene reserve |
|
Dekking | 42% |
Beleidsuitgangspunten
De volgende beleidsuitgangspunten zijn opgenomen in de legesverordening:
- Het verstrekken van een digitaal aangevraagd uittreksel voor een persoon is goedkoper dan indien dit aan de balie of schriftelijk wordt aangevraagd. Een digitale afwikkeling is immers minder arbeidsintensief een daarom goedkoper;
- De maximale tarieven van reisdocumenten en rijbewijzen worden door het Rijk vastgesteld. De gemeente hanteert deze maximumtarieven;
- Het Rijk stelt de tarieven voor naturalisatie, Verklaring omtrent gedrag, uittreksel Burgerlijke Stand, verklaring huwelijkstoestemming en bewijs van in leven zijn vast;
- Daar waar mogelijk worden tarieven op grond van praktische redenen afgerond.
kostendekkendheid van de leges omgevingsvergunning, activiteit bouwen in € | |
|---|---|
Kosten taakveld incl. (omslag)rente | 3.782.000 |
Inkomsten taakveld, excl. heffingen |
|
Netto kosten taakveld | 3.782.000 |
Toe te rekenen kosten: |
|
Overhead incl. (omslag)rente | 1.204.000 |
BTW | 304.000 |
Totale kosten | 5.290.000 |
Opbrengst heffingen | 5.290.000 |
Bijdrage algemene reserve |
|
Dekking | 100% |
Bij de baten voor omgevingsvergunningen is ieder jaar sprake van onzekerheden over de hoeveelheden bouwaanvragen. Dat leidt tot (forse) fluctuaties in de opbrengsten. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de stikstofproblematiek, problemen rondom netcongestie, spuitzonering, natuurvergunningen via de provincie, de complexiteit van projecten en stijgende kosten waardoor projecten (en daarmee vergunningaanvragen) langdurig vertragen. Onze uitgaven kunnen hierop binnen een bepaalde bandbreedte meebewegen, doordat we werken met een flexibele schil. Omdat we de laatste jaren te maken hadden met tekorten op de exploitatie van de omgevingsvergunningen is er echter geen buffer meer in de voorziening leges omgevingsvergunning. Om dit met elkaar in evenwicht te brengen hebben we de ramingen aangescherpt. Zo houden we rekening met een risicomarge in de raming van de opbrengsten en is in verband met onzekerheden in het vergunning traject netcongestie en natuurvergunningen nog kritischer naar de planning van grote projecten gekeken. Dit blijft een continue aandachtspunt.
Ondanks deze aanpak blijft het risico op fluctuaties in de opbrengsten bestaan. In het programma Leefomgeving blijft daarom dit aspect benoemd in TOP-risico “nadeel op de legesinkomsten kan niet meer worden opgevangen door de voorziening leges omgevingsvergunning".
Beleidsuitgangspunten leges omgevingsvergunning:
De volgende beleidsuitgangspunten voor de tarieven omgevingsvergunning, activiteit bouwen zijn opgenomen in de legesverordening:
- Volledige kostendekking (100%) van de taak vergunningverlening voor de activiteit bouwen (voorheen bouwvergunningen) bij alle betrokken organisatieonderdelen;
- Fluctuaties in de opbrengsten, gelet op het aantal grote plannen, kunnen bij een positieve stand worden opgevangen door de ingestelde voorziening leges omgevingsvergunning bouwen;
- Kruissubsidiëring binnen het tarief omgevingsvergunning, activiteit bouwen. Vergunningen met een lage bouwsom zijn niet kostendekkend. Hiervoor is gekozen om de drempel voor het indienen van aanvragen voor kleine plannen zo laag mogelijk te houden en daarmee te bevorderen dat aanvragen voor omgevingsvergunningen worden ingediend. Een hoge drempel kan de clandestiene bouw bevorderen en daarmee de handhavingstaak vergroten. De kosten van handhaving dienen uit de algemene middelen opgebracht te worden;
- Normkostensystematiek: voor nieuwbouw en uitbreiding van gebouwen wordt de zogenaamde normkostensystematiek toegepast. Hierbij worden de leges berekend aan de hand van een vast bedrag per vierkante meter gebruiksoppervlakte. Met deze systematiek wordt ten dele tegemoet gekomen aan de kritiek op de berekening van bouwleges aan de hand van alleen de bouwkosten omdat dan grote projecten relatief veel meer betalen dan de kleine initiatieven (kruissubsidiëring);
- Door de ervaringen in ons energieloket hebben we een goed beeld van de gevallen waarin leges een belemmering kunnen zijn om tot duurzaamheidsmaatregelen over te gaan. De tarieven voor de leges zijn daarom waar mogelijk zo vastgesteld dat leges geen onnodige drempel vormen voor het uitvoeren van duurzaamheidsmaatregelen bij bouw en verbouw. Dit betreft lagere leges bij het plaatsen van zonnepanelen, warmtepompen, installaties voor warmteterugwinning en laagtemperatuursystemen (en een combinatie van de laatste twee maatregelen).
